+31 35 3690039 contact@station10.nl

Als reactie op de brief van minister Slob schreef Heiko Bleeker een opinie stuk wat geplaatst is in de NRC. 

‘Voor welk probleem is dit de oplossing?”, was de openingsvraag van Annechien Steenhuizen in het interview dat minister Slob (Onderwijs en Media, ChristenUnie) gaf direct nadat zijn brief met zijn visie op de publieke omroep door de Tweede Kamer was ontvangen. Een terechte vraag en ik was benieuwd naar het antwoord. Helaas, zijn antwoord ging vooral over geld en de hoogte van de voorgenomen bezuiniging, en niet over de fundamentele problemen van de publieke omroep (daaronder versta ik: de NPO, de publieke omroeporganisaties verdeeld in ledenomroepen zoals KRO-NCRV, VPRO en EO en taakomroepen NOS en NTR en de STER die reclame verkoopt).

De voorgestelde afschaffing van televisiereclame en het ombouwen van NPO 3 tot een regiozender zorgden de afgelopen tijd voor veel discussie, maar in Slobs brief ontbreken de belangrijkste structurele uitdagingen van de publieke omroep. Daarom zou ik hem opnieuw de vraag willen stellen: ‘Voor welk probleem is dit de oplossing?’

Wil de publieke omroep relevant blijven, dan moet er in het kabinetsbeleid op drie vragen een helder antwoord geformuleerd worden:

Vindbaarheid:

1. Hoe blijft de NPO vindbaar? De allergrootste uitdaging van een publieke omroep in het digitale tijdperk is ervoor te zorgen dat op lange termijn de programma’s nog te vinden zijn. Het terugkijkplatform NPO Start bereikt maandelijks slechts 20 procent van de Nederlanders. ‘Iedereen kunnen bereiken’ is een speerpunt in uw brief, maar met alleen de mogelijkheid terug te kijken, lukt dat dus niet.

Wil je een groter publiek bereiken, dan moet je programma’s brengen waar het publiek zit. Dat betekent dat je bijvoorbeeld programma’s op YouTube (dat maandelijks 75 procent van de Nederlanders bereikt) en Facebook gaat plaatsen. Maar dat alleen is niet genoeg. Voor de hele mediasector geldt namelijk: ‘marketing is de nieuwe distributie’.

Vroeger was distributie schaars, maar tegenwoordig zijn er ontelbare digitale manieren om het publiek te bereiken. Hetzelfde geldt voor content. Nog nooit werden er zoveel series geproduceerd en zelfgemaakte video’s geupload. Distributie en content zijn niet langer schaars, maar de aandacht van het publiek wél. Zonder sterke marketing wordt de contentniet gevonden en marginaliseert de publieke omroep. In Slobs brief is helaas alleen aandacht voor distributie.

Pluriformiteit

2. Hoe houden we de publieke omroep pluriform? De legitimatie van de publieke omroep is dat ze ons allen niet alleen weet te bereiken, maar ook te boeien. En omdat iedereen net een beetje anders in elkaar zit zijn we allemaal geïnteresseerd in net iets anders. Slob noemt dit in zijn brief: ‘maatschappelijke pluriformiteit’.

Bepaalde doelgroepen, zoals jongeren en Nederlanders van buitenlandse afkomst, worden momenteel slecht bereikt. Uit Slobs brief blijkt dat hij de rol van de omroepen hierbij belangrijk vindt, de zogenaamde externe pluriformiteit. De ledenomroepen hebben bestaande achterbannen en inhoudelijke thema’s, maar kunnen ook een taak hebben om nieuwe doelgroepen te bereiken. Tegelijkertijd maakt Slob de rol groter van buitenproducenten, die buiten de ledenomroepen om hun programma’s kunnen aanbieden aan de NPO. Maar wie van deze partijen is verantwoordelijk voor het verbeteren van de maatschappelijke pluriformiteit in komende concessieperiode?

In de brief blijft het volstrekt onduidelijk wie dit moet waarborgen en welke doelen er bereikt moeten worden. Bij gebrek aan beleid wordt het hapsnap-werk, terwijl betrokken partijen behoefte hebben aan coördinatie. Anders moeten we maar zien of het de volgende concessieperiode is gelukt het aanbod voldoende pluriform te maken. Dat lijkt me zeer risicovol voor de legitimatie van de publieke omroep en een vrijbrief voor nieuwe bezuinigingen in een volgende kabinetsperiode.

Financiering

3. Hoe moet de publieke omroep de veranderingen financieren? Ten slotte toch een punt over geld. Niet over de hoogte van de financiering van de publieke omroep. Dat is een politiek vraagstuk. Het gaat me om de timing van de bezuiniging. De omslag van een traditioneel, op distributie gericht mediabedrijf naar een online mediabedrijf kost veel geld. Dat komt door de spagaat van tegengestelde richtingen: enerzijds moeten mediabedrijven hun bestaande media blijven maken en uitzenden en de traditionele achterban blijven bedienen, terwijl anderzijds geld geïnvesteerd moet worden in nieuwe ontwikkelingen.

Door juist nu te bezuinigen, voordat de transitie succesvol is gemaakt, maakt de minister het de publieke omroep extra moeilijk. De keuze is: bezuinigen op de inhoud via traditionele kanalen en daardoor bestaand publiek missen, of beperkt investeren in nieuwe digitale kanalen om nieuw publiek te bereiken.

Ik begrijp dat de structurele uitdagingen van een publieke omroep die moet veranderen niet eenvoudig zijn op te lossen. Echter, Slob zou er beter aan doen ze te benoemen en aan te pakken. Dan heeft hij de volgende keer een antwoord.

Lees hier het hele stuk in de NRC.