+31 35 3690039 contact@station10.nl

Op donderdag 10 oktober organiseerde Station10 tijdens eDay 2019 niet alleen een Media Executive Session maar ook een rondetafelgesprek met de data expert van The New York Times. Een select gezelschap van belangrijke innovators uit de Nederlandse en Belgische nieuwsmedia mochten hierbij aanschuiven.  

Aan tafel zaten Lara Ankersmit (Het Financiële Dagblad), Heino Schagt (Mediahuis), Philipe Remarque (DPG Media), Martijn Kruiswijk (Station10) en Chris Wiggins die bij het Amerikaanse nieuwsmediabedrijf The New York Times de rol van Chief Data Scientist vervult.

Het werd al snel een natuurlijk gesprek, achterin de spreekzaal die prachtig uitzicht gaf op het Amsterdamse IJ. Chris Wiggins schetste hoe hij bij het mediabedrijf begonnen was als onderdeel van Business Intelligence en zich daarbij steeds meer was gaan richten op het kunnen sturen van gedrag op basis de data, nadat hij aanvankelijk vooral inzichten bood aan de hand van data en gedrag. Hij stond vervolgens stil bij doorgevoerde innovaties met betrekking tot data. Een aantal voorbeelden kwamen later ook aan bod tijdens zijn presentatie.

Wil je de presentatie van Chris Wiggins en de andere sprekers ontvangen? Stuur dan een mail.

Ook vertelde Wiggins meer over de manier waarop inzichten over lezers werden verzameld en hoe deze leiden tot antwoord op de vraag wat de lezers willen lezen. Verder maakte hij duidelijk hoe de losse verkoop van de papieren editie, een zeer belangrijke inkomstenbron, is te voorspellen. Het klinkt misschien niet zo sexy maar dergelijke voorspellingen leveren het bedrijf miljoenen dollars per jaar op. Als je weet hoe vaak de krant gekocht wordt hoef je er immers minder naar het verkooppunt te brengen en krijg je minder exemplaren retour. De kans dat de krant uitverkocht raakt is ook veel kleiner.

Uiteraard waren de genodigden aan tafel benieuwd hoe groot Wiggins’ afdeling is en hoe innovaties zijn georganiseerd. De Chief Data Scientist werkt met een team van ongeveer 15 personen die verschillende rollen vervullen. Allemaal zorgen ze dagelijks dat verzamelde data omgezet wordt in producten of inzichten met als doel The New York Times beter te maken. De scheidslijn tussen data en journalistiek is er trouwens duidelijk gescheiden, zo gaf Wiggins aan. Dataprojecten vinden bijna altijd buiten de journalistiek plaats. Dat is overigens een verschil met veel Nederlandse mediabedrijven, concludeerde Martijn Kruiswijk van Station10 na afloop. In Nederland draagt data door middel van aanbevelingen bijvoorbeeld ook bij aan de leesduur van de gebruikers.

De aanwezigen waren zeer enthousiast dat ze die ochtend een mooie inkijk hadden gekregen in de werkwijze van The New York Times. De rechtstreekse vragen die ze konden stellen brachten extra veel diepgang.

Wil je met Martijn Kruiswijk sparren over deze sessie en het model van de New York Times? Stuur dan een mail of neem telefonisch contact met ons op (035 3690 039).